21-3-2013, CMSI verleent medewerking aan creditmanagementsoftware rapportage GBNED! download hier gratis deze rapportage:
Wet Bestrijding Betalingsachterstanden, per 16 maart 2013!
‘De nieuwe wet Bestrijding Betalingsachterstanden, die op 16 maart aanstaande in werking treedt, is een stap in de goede richting. Voor de overheid, een belangrijke opdrachtgever, geldt een betalingstermijn van in beginsel dertig (kalender)dagen.’
‘Een zwakke schakel is de vergoeding van minimaal €40 aan invorderingskosten per overtreding. Van zo’n sanctie gaat geen afschrikkende werking uit. Daarnaast kan een nieuwe wet niet alles oplossen. Overheidsdiensten kunnen in de praktijk betalingstermijnen manipuleren door werkbonnen niet te tekenen, zodat leveranciers niet kunnen factureren.’
‘De problemen met betalingsachterstanden zijn groot. Bij sommige bedrijven — hier is de maximum betaaltermijn straks zestig dagen — staat het water tot aan de lippen. Ze zijn soms in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. De banken geven niet thuis en de klandizie loopt terug.’
‘Uit een kwartaalenquête blijkt dat er bij b2b-bedrijven voor €1,2 mrd uitstaat aan niet-betaalde rekeningen en bij b2c-bedrijven voor €4,8 mrd. Dat is opgeteld €6 mrd, een flink deel van de bezuinigingsdoelstelling van het kabinet-Rutte 2.’
Debiteurenbeheer in een vroeg stadium volgens de CMSI incasso methode uitvoeren zal dan ook een zeer positieve uitwerking hebben op uw resultaten.
Betalingsmoraal op dieptepunt, 12-11-2012
Het betaalgedrag van Nederlandse bedrijven wordt steeds slechter. Bedrijven betalen hun rekeningen steeds later. Het Verbond van Credit Management Bedrijven, het VCMB, verwacht dat het nog erger wordt.
Dat blijkt uit een jaarlijks onderzoek van de incassobedrijven naar trends en ontwikkelingen in het betaalgedrag van bedrijven.
In een poging iets aan het probleem te doen, stellen bedrijven kortere betalingstermijnen in. Van gemiddeld 31 dagen vorig jaar naar 27 dagen dit jaar. Ook worden incassobureaus eerder en vaker ingeschakeld. 19 procent doet dat binnen een maand na vervaldatum. Vorig jaar was dat 11 procent .
Dus 81 procent onderneemt nog geen preventieve maatregelen richting de incassobranche, CMSI stelt u hiertoe op eenvoudige wijze in staat!
Bouw- en Kinderdagverblijfbranches in zwaar weer!
Beide branches laten een zorgwekkende ontwikkeling zien door een wezenlijke toename in het aantal faillissementen! De economische crisis begint hierdoor nu ook hun toeleveranciers te raken. Reden temeer om zsm duidelijkheid te verkrijgen over de feitelijke betalingsmogelijkheden die een debiteur heeft!
Wat is SEPA?
SEPA duidt een gebied aan. Het is de afkorting van “Single Euro Payments Area” en omvat alle landen binnen de EU, aangevuld met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein (die wel lid zijn van de Europese Economische Ruimte), Zwitserland en Monaco. Binnen dit gebied kan in de nabije toekomst met één rekening en één set betaalmiddelen met hetzelfde gemak naar rekeningen in eigen land als naar rekeningen in andere landen worden betaald. Er komen overschrijvingen, incasso’s en betaalpassen die voor binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen in dat hele gebied te gebruiken zijn. SEPA omvat in eerste instantie de landen die de euro hebben ingevoerd. Voor de Europese politiek is SEPA het ideaal van één uniforme Europese betaalmarkt die meer omvat dan de eurolanden.
SEPA kent twee hoofdcomponenten:
• Regelgeving door de Europese Politiek
De Europese politiek heeft een Europees wettelijk kader gemaakt met het doel alle wetgeving voor euro en niet-euro betalingen te harmoniseren (zie Richtlijn Betalingsdiensten).
• Standaardisatie door de European Payments Council (EPC)
Europese banken verenigd in de EPC hebben specifieke regelgeving, afspraken en standaarden opgesteld die marktpartijen geleidelijk implementeren om pan-Europees betalingsverkeer in euro’s mogelijk te maken (zie Europese afspraken).
Daarnaast staat SEPA vaak voor het project in organisaties dat erop gericht is systemen e.d. aan te passen aan nieuwe standaarden en afspraken die de integratie van het Europese betalingsverkeer mogelijk gaan maken.
Tevens heeft eea invloed op de storneringstermijn, afhankelijk van de definities varieert eea van 56 dagen tot 13 maanden. Voor meer informatie zie www.sepanl.nl of check de inpact op uw organisatie bij uw eigen bankrelatie.
CMSI 29-5-2012.
32.418
Normering buitengerechtelijke incassokosten
Dit wetsvoorstel voegt aan Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van strafvordering een regeling toe voor incasssokosten. Hiermee kan dan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) de maximale vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vastgesteld worden. Met dit voorstel worden vooral consumenten en éénmanszaken, beter beschermd tegen onredelijke incassokosten.
In de AMvB wordt de maximale vergoeding vastgesteld voor vorderingen uit overeenkomst tot betaling van een geldsom van maximaal € 25.000. De beperking tot vorderingen uit overeenkomst is gekozen omdat de omvang van de te innen vordering dan eenvoudig is vast stellen. Deze grens sluit ook aan bij het wetsvoorstel 32.021 waarin onder meer wordt voorgesteld de competentiegrens van de kantonrechter te verhogen tot € 25.000. De vergoeding voor incassokosten wordt berekend als percentage van het verschuldigde bedrag, waarbij het percentage trapsgewijs lager wordt naarmate de vordering hoger wordt.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Stand van zaken
Het voorstel (EK 32.418, A ) op 19 april 2011 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 13 maart 2012 als hamerstuk afgedaan.
Normering Incassokosten:
Voor het wetsvoorstel tot normering van de buitengerechtelijke (incasso-) kosten (wetsvoorstel 32 418). Op 25 januari 2011 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie zijn nota naar aanleiding van het verslag naar de Kamer gezonden. Daarbij heeft hij ook een zgn. nota van wijziging ingediend waarbij er enige wijzigingen in het oorspronkelijke wetsvoorstel worden aangebracht.
Zoals bekend geeft het wetsvoorstel dwingende regels voor het bedrag dat maximaal aan incassokosten mag worden verhaald op een nalatige schuldenaar. In het oorspronkelijke voorstel werd daarbij geen verschil gemaakt of de schuldenaar een particulier of een bedrijf was. In de nu voorgestelde wijziging neemt de Minister op dat voor bedrijven een hoger tarief aan verhaalbare incassokosten mag worden opgenomen in bijvoorbeeld de algemene voorwaarden en - of de overeenkomsten. Alleen bij particulieren schrijft de wet dus nog een dwingend tarief voor.
Verder concretiseert de Minister het moment waarop de incassokosten verschuldigd worden.
Nadat een schuldenaar ingebreke is gebleven (dat wil zeggen na een herinnering met een redelijke termijn nog niet betaalt) moet hij nog een keer opnieuw worden aangemaand tot betaling. Als hij dan niet binnen een termijn van veertien dagen, na de dag van de aanmaning heeft betaald wordt hij de incassokosten verschuldigd.
Tenslotte maakt de Minister ook duidelijk dat een schuldeiser in beginsel voor elke opeisbare vordering apart incassohandelingen mag verrichten en voor de kosten die hij daarbij maakt apart een vergoeding voor incassokosten van de schuldenaar vragen. Indien er echter meerdere vorderingen tegelijk opeisbaar zijn dan zal de schuldeiser deze moeten combineren. Alsdan worden de hoofdsommen voor de berekening van de incassokosten bij elkaar opgeteld.
De voorgestelde tarieven blijven vooralsnog ongewijzigd, een minimum van € 40,= en:
bedrag % maximale incassokosten:
0 - 2.500 15% maximaal € 375,00
2.500 - 5.000 10% maximaal € 250,00
5.000 - 10.000 5% maximaal € 250,00
10.000 - 25.000 1% maximaal € 150,00
Het maximum aan incassokosten wordt bereikt bij een vordering van € 1 miljoen, waarvoor maximaal € 6775 aan incassokosten mag worden berekend. Bedraagt de vordering meer dan € 1 miljoen, dan blijven de incassokosten € 6775.
Wij zullen met belangstelling volgen hoe de Kamer op de nota en het gewijzigde wetsvoorstel zal reageren. Uiteraard houden wij u van de ontwikkelingen op de hoogte.